Panda Selecta
Start Omhoog Nieuws Panda Tests Techn. gegevens Panda filmpje Fotoalbum Panda Links Panda Folders Panda Selecta Panda Elettra

 

De Panda Selecta

 

 

Eind 1990 werd op de Autosalon van Parijs de Panda Selecta ge´ntroduceerd. Deze versie is een belangrijke toevoeging van het Panda-programma en de eerste, op het vasteland van Europa gebouwde, kleine auto met automatische transmissie. De automatische versnellingsbak in de Panda Selecta is van het type ECVT (Elektronische Continu Variabele Transmissie). Het verschil met de in de Uno, Tipo en Tempra toegepaste CVT- unit is een elektromagnetische in plaats van een hydraulische  koppeling (vandaar de 'E' in de aanduiding), die over een  elektronische regeling beschikt. Dank zij de nieuwe continu variabele transmissie kan de Panda  Selecta zijn rol van stadsauto nog beter vervullen. De auto is compact, handzaam, economisch, makkelijk te rijden en  eenvoudig in te parkeren. De Panda Selecta is alleen leverbaar in de CL(X)-uitvoering, in combinatie met de Fire 1100 motor. Deze krachtbron beschikt over een elektronisch geregelde inspuiting en een geregelde drieweg-katalysator met lambdasonde.

 

Terug naar boven

 

Het ECVT systeem

 

Continu Variabele Transmissie met korte overbrengingsverhouding (links) en lange overbrengingsverhouding (rechts)

 

De ECVT automaat is de meest geavanceerde versie van het bekende 'Variomatic'-systeem, dat bestaat uit twee poelies, met continu variabele diameter, met daartussen een aandrijfband.

 

De ECVT is opgebouwd uit:

-       een drijvende en een aangedreven poelie die zijn verbonden door een metalen aandrijfband

-       een elektromagnetische koppeling die wordt geregeld door een elektronische controleunit. Deze zorgt ervoor dat de auto onder alle omstandigheden vanaf stilstand soepel en geleidelijk oppakt

-       een tandwielstelsel ten behoeve van de vooruit, neutrale stand en achteruit, met gesynchroniseerde bediening

-       een eindoverbrenging die is opgenomen in het differentieel

-       een hydraulisch systeem dat op druk wordt gebracht door een indirect aangedreven pomp. De olie dient om de poelies te bedienen en voor de smering en koeling van alle onderdelen.

 

De continu variabele transmissie koppelt de volgende voordelen aan die van de conventionele automatische versnellingsbak:

-       minder aandrijfverliezen, dus betere prestaties en een lager brandstofverbruik

-       te allen tijde en onder alle omstandigheden de perfecte overbrengingsverhouding. De variatie van de diameter van de poelies wordt geregeld aan de hand van het motortoerental en de positie van het gaspedaal, zodat door het intrappen van het gaspedaal de gewenste overbrengingsverhouding direct wordt verkregen.

 

Zodra het gaspedaal helemaal wordt ingetrapt (kick-down) zorgt de CVT ervoor dat de motor meteen zijn maximale vermogen gaat leveren en dat de transmissie de kortst mogelijke overbrengingsverhouding vasthoudt, waardoor een snelle acceleratie mogelijk is. In de praktijk blijkt dat de Selecta bij een tussensprint (1000 m vanaf 40 km/h in circa 30 seconden) sneller is dan een Panda met handgeschakelde versnellingsbak. De acceleratie vanaf staande start gaat eenvoudiger, omdat er geen tijd wordt verspild met schakelen. De keuzehendel heeft bovendien nog een extra 'L'-stand (laag). Wanneer deze wordt gekozen, beperkt het hydraulisch controle systeem de transmissie tot kortere overbrengingsverhoudingen. Hierdoor wordt maximale acceleratie mogelijk afhankelijk van de stand van de gasklep: de reactietijd wordt zo nog verder verkort. Ook wanneer het gaspedaal wordt losgelaten blijven de

overbrengingsverhoudingen kort, waardoor het een effectieve motorrem is: met name handig bij een sportieve rijstijl of bij afdalingen in heuvel- en bergachtig terrein, waardoor de remmen worden ontzien. De motor kan alleen worden gestart of gestopt wanneer de keuzehendel in 'P' of 'N' staat. Wanneer de bestuurder in elke andere positie de motor wil uitzetten klinkt een geluidssignaal.


Terug naar boven

 

De elektromagnetische koppeling

 

De opbouw

 

ECVT continu variabele transmissie

 

In principe is de koppeling opgebouwd uit twee coaxiale elementen: een externe trommel die is verbonden met het vliegwiel van de motor en een interne rotor, waarin een elektrische spoel is opgenomen die is verbonden met de transmissie. Tussen deze twee componenten bevindt zich een soort ijzerstof om ze aan elkaar te 'koppelen'. Vanuit structureel oogpunt maakt het gebruik van een elektromagnetische koppeling het mogelijk om het hydraulische systeem eenvoudiger uit te voeren (waardoor het minder energie gebruikt). De complete transmissie is ook lichter en compacter. Bovendien is de elektronische regeleenheid voorzien van een zelfdiagnose-systeem met een aansluiting voor een externe tester, waardoor het onderhoud wordt vereenvoudigd.

 

Terug naar boven

 

De werking

 

1 Elektromagnetische koppeling

2 Rijsnelheidsensor

3 Motortoerentalsensor

4 Selectie handel sensor

5 Centrale elektronische controle unit

6-7 Gaspedaal positie sensor

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De werking van de koppeling wordt geregeld door de elektronische eenheid die de sterkte van het magnetisch veld in de spoel regelt, afhankelijk van signalen die het systeem krijgt van twee sensoren (een op de keuzehendel en een op het gaspedaal) en van het motortoerental en de snelheid van de auto. Wanneer de auto stilstaat, de motor stationair draait en de keuzehendel in 'D' of 'L' staat, vloeit er geen stroom door de spoel, is het magnetisch veld nul en zijn de twee elementen van de koppeling niet met elkaar verbonden. De bekende 'slip' van een conventionele automatische transmissie is daardoor afwezig. De auto blijft gewoon staan zonder dat de bestuurder bijvoorbeeld zijn voet op het rempedaal hoeft te houden, zoals bij andere automaten. De motor draait onbelast op een minimum toerental, net als bij een handgeschakelde transmissie in 'vrij', zodat het brandstofverbruik lager is. Tijdens acceleratie activeert de regeleenheid de spoel. Het ijzerstof wordt gemagnetiseerd en verbindt de rotor met de externe trommel, waardoor de motor de transmissie gaat aandrijven. De regeleenheid regelt de snelheid waarmee de koppeling aangrijpt, afhankelijk van de druk op het gaspedaal. Hoe geleidelijker dit gebeurt, hoe soepeler de koppeling aangrijpt. Als de auto normaal rijdt, is het magnetisch veld stabiel. Dit houdt de trommel en rotor verbonden, waardoor er nagenoeg geen slijtage aan de onderdelen van de koppeling optreedt en het onderhoud tot een minimum blijft beperkt.

 

 

Terug naar boven